Johannes van der Steur vertrok op 10 september 1892, 27 jaar oud met de oude stomer “Conrad”, naar Oost-Indië – precies 8 dagen nadat hij als zendeling was ingewijd in het kerkje aan de Parklaan in Haarlem. Hij ging op weg naar de kolonialen, omdat hij wist dat die niet genoeg hadden aan brieven alleen (aangezien die er maanden over deden), maar dat ze daar in de Oost een vriend nodig hadden.

Zijn eerste werk was de inrichting van een eenvoudig militair tehuis in Magelang, een ongekende luxe. Hier lagen 5 bataljons militairen, een kaderschool en het depot-bataljon van 4 compagnieën. Hij deed dit helemaal alleen en zonder enige sociale zekerheid of geld. Het was een eenvoudig bamboehuis, maar de militairen kwamen er graag.

In 1893 – Johannes was toen 28 jaar oud – kwam er een dronken koloniaal bij hem in het tehuis en vertelde hem dat een sergeant gestorven was en een inlandse vrouw met vier kinderen achterliet. Als hij zo “verdomd” vroom was, dan moest hij dat maar eens tonen. Waarop het antwoord van Johannes was: “Wordt nuchter en breng me er heen.”

De vrouw en haar kinderen werden de dag erop in het bamboehuis opgenomen. Het kreeg een sneeuwbaleffect: binnen twee maanden waren er 14 van zulke verweesde kinderen. Daarnaast vonden de soldaten het leuk en hielpen zij met wassen en dergelijke zaken. Een van de kinderen vroeg hoe ze hun pleegvader moesten noemen. “Dat moeten jullie zelf maar uitmaken.”, vond Johannes en de jongen antwoordde: “Dan noemen we u Pa, want dan hebben we lekker weer een papa.” En zo werd hij Pa van der Steur, tot op heden, nog jaren na zijn dood.

Voor Pa’s kinderen moet het een wonder geweest zijn: een blanke meneer, die niet verwaand voorbij reed in een koets en die niet als dronken soldaat een voorwerp was van minachting. Maar een blanke meneer die een echte vader was met wie ze samen aan tafel zaten, met wie ze konden praten in hun eigen ‘kromme’ taaltje, die hun kleren en schoenen gaf en hen lezen en schrijven leerde. Zij waren geen kamponggladakkers meer, zij hadden echt een echte Pa. Dit is dan ook de reden dat vele Steurtjes hun leven lang dankbaar blijven; door Pa kregen zij immers de kans MENS te worden.

In 1903 had Pa ondertussen al 350 kinderen onder zijn hoede. Hij werd echter ziek en moest met spoedverlof naar Nederland. Het was zijn enige verlof in 55 tropenjaren. Zijn gehele verloftijd gebruikte hij om belangstelling te wekken voor zijn kinderen en probeerde hij het geld op te halen dat hij zo dringend behoefde. Koningin-moeder Emma, bekend om haar sociale mededogen, stond Pa een gesprek van anderhalf uur toe. Opgeknapt ging hij er op uit. Van haar en van andere vooraanstaande personen kreeg hij geld: wel 20.000 gulden! Voordat zijn ziekteverlof om was ging Pa al terug naar Java. Hij kon toen voor een matige prijs een oude kazerne voor politiesoldaten kopen, waarbij een groot terrein hoorde. Hij noemde zijn tehuis het “Oranje-Nassau Gesticht”.

In 1907 trad Pa met Anna Maria Zwager in het huwelijk. Hij trouwde met de handschoen. Misschien was zijn huwelijksaanzoek het wonderbaarlijkste dat onze geschiedenis kent: “Anna, wil je de moeder worden van mijn kinderen?”. Zo deed Moe van der Steur haar intrede in het tehuis. Zij had de leiding over de meisjesafdeling, die natuurlijk beter aan een vrouw kon worden toevertrouwd. Tot aan haar dood op 30 april 1936, is zij door haar liefdevolle en onbaatzuchtige arbeid, voor velen, ook voor Pa zelf, een grote zegen geweest.

Zijn gehele leven zette Pa van der Steur zich in voor de opvoeding van zijn kinderen – in totaal meer dan 7000 verlaten en verweesde kinderen opgevoed tot nuttige leden in de maatschappij. Zijn invloed op de kinderen, die hij gevoed en opgevoed had als zijn eigen vlees en bloed, was heel groot. Voor hen was, en blijft hij, “Pa” – hun vader. Voor deze duizenden kinderen betekende zijn werk een ommekeer in hun leven.

Op 15 Februari 1944 werd Pa door de Japanners geïnterneerd. Zelfs gedurende zijn interneringsjaren was Pa een zegen voor zovelen. Hij overleefde het Jappenkamp en werd daarna uit de capitulatie door Steurtjes meegenomen naar het tehuis in Magelang. Daar stierf hij, op 16 september 1945, op 80-jarige leeftijd tussen zijn pupillen.

“Zetten jullie het werk door als ik er niet meer ben? God zal jullie steeds helpen. Niet mijn naam en persoon, maar jullie moeten aan mijn werk blijven denken”, waren zijn laatste woorden.

In de woelige periode die daarna in Indonesië aanbrak, besloten de oud-Steurtjes die de leiding hadden overgenomen, het weeshuis te verplaatsen van Magelang naar Batavia (nu Jakarta), omdat het daar veiliger was. In de eerste jaren van de Indonesische onafhankelijkheid voerde het tehuis een kwijnend bestaan. De naam werd veranderd in “Yayasan Pa van der Steur”. In maart 1957 nam Bram Bernard (zelf een oud Steurtje) de leiding van de Yayasan (betekenis: stichting) over. Met de wens van Pa in zijn achterhoofd: “gedenk niet mijn naam maar mijn werk”, heeft Bram – samen met zijn vrouw Tine (ook een pupil van het weeshuis) – vaak onder zware druk en onder zeer moeilijke omstandigheden het werk voortgezet.

In 1970 kwam het plan om het werk van Pa uit te breiden. In 1973 werd het ‘denken’ omgezet in daden door het aankopen van een stuk grond van 2 hectare in Pondok Gede (nu Pondok Melati), ongeveer 15 km ten oosten van Jakarta. In de daarop volgende jaren gingen zij stap voor stap verder om het bouwprogramma te realiseren. Achtereenvolgens kwamen het Jongenstehuis, de keuken, het Meisjestehuis en de scholen tot stand.

Het werk van Pa van der Steur is niet geëindigd bij zijn heengaan. Het werk is als een phoenix uit zijn as herrezen… Johannes van der Steur is heengegaan, maar zijn werk –  opgebouwd uit liefde tot de naasten – leeft voort!